Asselt Kerk Museum Stichting Projecten Contact 
  Doel Bestuur Statuten Beleidsplan Inhoudsopgave  

Statuten

8 maart 1994

Naam, Zetel en Duur

Artikel 1

  1. De stichting draagt de naam: STICHTING VRIENDEN KERKJE EN MUSEUM ASSELT.
  2. De stichting is gevestigd te ASSELT, gemeente Swalmen.
  3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel

Artikel 2

  1. De stichting heeft ten doel: de instandhouding van het St. Dionysiuskerkje en het museum te Asselt en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
  2. De stichting tracht haar doel te verwezenlijken door alle haar ten dienste staande wettige middelen.

Vermogen

Artikel 3

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

  • subsidies en donaties;
  • schenkingen, erfstellingen en legaten;
  • alle andere verkrijgingen en baten.

Bestuur

Artikel 4

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt — met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde — door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.
  2. Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
  3. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende- bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van- de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).
  4. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
  5. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden.

Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten

Artikel 5

  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden op een nader door het bestuur te bepalen plaats.
  2. Ieder half jaar wordt tenminste één vergadering gehouden.
  3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijkverzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
  4. De oproeping tot de vergadering geschiedt — behoudens het in lid 3 bepaalde — door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven.
  5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht, De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
  9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
    Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
  10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per telex of per telefax hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
  11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengenvan één stem.
    Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
  12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.
    Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

Bestuursbevoegdheid en vertegenwoordiging

Artikel 6

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
  3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Artikel 7

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
  3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Einde bestuurslidmaatschap

Artikel 8

Het bestuurslidmaatschap eindigt: door overlijden van een bestuurslid, bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, bij schriftelijke ontslagneming (bedanken), alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Boekjaar en jaarstukken

Artikel 9

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken, vergezeld van een rapport van een register-accountant of van een accountant-administratieconsulent, indien het bestuur daarom heeft verzocht, binnen zes maanden naafloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.
  3. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld.

Reglement

Artikel 10

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

Statutenwijzjqing

Artikel 11

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
  3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Openbaar Stichtingenregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

Ontbinding en vereffening

Artikel 12

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
  4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 11 lid 3.
  5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  6. De vereffenaars dienen hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden stichting is overgebleven voor zoveel mogelijk te besteden overeenkomstig het doel van de stichting.
  7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende tien jaren berusten onder de bewaarder, die door het bestuur als zodanig is aangewezen.

Slotbepalingen

Artikel 13

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.